donderdag 23 mei 2024

Entropy in social dialogue

In the 1980s, social sciences tried to transfer concepts from physics to their fields. In economics, this led to concepts as value-time - which you could say were around for 150 years already following Karl Marx - and 'energy flows'. In sociology, socio-technical systems applied an engineering approach to organisations (De Sitter, 1981) - and again this goes back to Waxweiler, Solvay in the late 19th century and Tavistock in the middle of the 20th century.

Some time ago, I wrote an essay on a partial basic income, with the title "entropy". My colleague and genious Walter Van Trier was immediately enthousiastic when he read it, and asked my why I had chosen this title. By that time, I had already forgotten why. That's how ADHD works. Recently, however, I found a new use for it.

In Belgium, collective bargaining or, more widely, social dialogue, has a long tradition and is strongly institutionalised, but it fails to inspire. To dissect the issue, we could look at it from different points of view:

1. Structure: although some institutions overlap (works councils and OSH-committtees, for instance) and some are rusty (a number of joint committees), there is no lack of coverage, committees are elected democratically and can be formed freely, and there are few obstructions to the functioning of the different bodies.

2. People: there is a strong belief that the representatives of unions and employers federations are hardheaded and antagonistic, missing the willingness to pursue common interests.

3. Groups and trends: the representatives do not entirely act out of free will, but represent conflicting interests and are guided by social trends such as political polarisation.

4. Time: as the system is old and has produced a large number of outputs, in the form of collective bargaining agreements, the breakthroughs have been made and it becomes increasingly harder to further improve the situation - much like looking for the next prime number.


I want to - pun intended - expand on the last factor, because here the law of entropy could be projected on a social trend. When the division of labour is simple, there is order or low entropy. Over time, as the division of labour is more complicated, there could be two views. One is that the invisible hand creates a balance and the economy grows and society prospers. The other is that there is increased chaos or high entropy, e.g. all kinds of working arrangements, exploitation, etc. Social dialogue and collective bargaining have attempted and succeeded in realigning arrangements collectively, putting in 'labour' to restore order. However, entropy depends on the state which is considered. The order that is restored, can be found in microstates (e.g. companies, sectors), not necessarily in the macrostate (the economy, society).  Moreover, the order that has been created may even prevent lowering entropy further, because to create order in the macrostate (e.g. give people comparable contracts and working time), the order in a microstate (e.g. a sectoral agreement) would need to be broken down. This could be why time affects social dialogue - and it is indeed not different from ideas about rusty systems (cf. the organicism of Herbert Spencer).

Now I also suggested optimists may believe the invisible hand should never have been guided by social dialogue. This is a hard sell. Theoretically, or hypothetically, if one had infinite tries to redo one's carreer and training, everybody would make the smarter choice. Diminish the number of tries, and we might learn from the experience of others. Increase the speed of change, however, and limit out number of tries to just one, and it becomes clear that the invisible hand is rather erratic and it is well plausible that inferior equilibria prevail for a long time, if not forever. Collective bargaining is learning from the collective experience, and therefore acting collectively to prevent individual mistakes. It is one solution to the time problem, but, as argued above, it also has a limit. It can reach a moderate level of entropy within the macrostate, but needs to be maintained in order to not fall apart again as the division of labour is effectively a process of atomization, creating new possibilities, but destroying existing structures and order.


woensdag 13 juli 2022

Belastingen op technologie?

Vandaag lezen we dat de gemeente Sint-Jans Molenbeek een belasting gaat invoeren van 5600 EUR per zelfscankassa. Dit is opmerkelijk – enkele bedenkingen.

Eerst en vooral moeten we kijken naar de motieven voor een belasting: dit is enerzijds het financieren van overheidstaken, die we kunnen definiëren als taken van algemeen maar niet van particulier belang. Scholen moeten er bijvoorbeeld altijd zijn, ook als jij of je kind niet naar school gaat. Anderzijds worden belastingen ook gebruikt om te ontmoedigen: motorbrandstoffen, vervuilende verpakkingen, alcohol en tabak worden bijvoorbeeld zwaar belast, en de BTW op renovaties is lager dan die op nieuwbouw, met de bedoeling om het gedrag te sturen. Idealiter belast men economische factoren met een inelastische vraag, zodat de belasting het gedrag niet verandert, of die factoren die ongewenst zijn. Economische factoren in dit verhaal zijn  productiefactoren (arbeid, kapitaal, technologie, en grondstoffen), vermogen, transacties, consumptieproducten, en dergelijke.

De gemeente Molenbeek is één van de armste gemeentes van het land. Een gemeente int geen personenbelastingen, maar veel valt er ook niet te innen met een hoofdzakelijk inactieve bevolking. Er is echter wel enige economische activiteit en men kan gemeentelijke opcentiemen nemen op onroerend goed.

Niet lang geleden heeft Molenbeek al een belasting geheven op de toeristische sector. In feite spreken we van één groot hostel (Meininger), want veel ander toerisme is er niet. Deze belasting is eenvoudigweg het spijzen van de gemeentekas, ervan uitgaande dat het hostel niet zal wegtrekken, maar ook dat er geen nieuwe meer zullen komen, want die zouden door de taks worden ontmoedigd. De belasting op zelfscankassa's daarentegen is eerder bedoeld om het gedrag te sturen richting persoonlijke bediening en dus jobs en sociaal contact. Althans, dat zegt men toch expliciet.

In mijn ogen is de maatregel ondoordacht. Ten eerste is er het welvaartsperspectief. Als bedrijven de productiviteit van werknemers kunnen verhogen wordt er meer meerwaarde gecreëerd. De winst vloeit terug naar de economie of kan je belasten zolang dat gecoördineerd gebeurt. Lasten op winst, zonder de mogelijkheid om activiteiten te verplaatsen, leidt immers niet tot het ontwijken van winstgevenheid - toch niet zolang er ook voor de ondernemer winst overblijft. Theoretisch zou je met andere woorden verwachten dat bedrijven die beter presteren dankzij technologie juist méér personeel gaan aanwerven, al zij het dan voor niet-automatiseerbare taken, of het bestaande personeel meer kan betalen. De spillover naar de gemeenschap is dan het sociaal contact tijdens de productie in plaats van tijdens de consumptie, en het rijkere culturele leven dat samengaat met de toegenomen welvaart, zowel via de persoonlijke inkomens als via belastingen.

Natuurlijk kan kapitaal ook gemakkelijk wegvluchten en zo de returns doen verwijnen, of kan het zijn dat er geen arbeidsaanbod is voor andere jobs dan kassabediende. Voor laaggeschoolde migrantenvrouwen is dit misschien niet ondenkbeeldig: logistiek en magazijnwerk is allicht voor hen geen realistische optie. Ook zou men er kunnen vanuitgaan dat de zelfscankassa helemaal niet vermeden zal worden, waardoor het een eenvoudige belasting van het eerste type is, zonder gedragssturing (vroeger waren er ook taksen op stoommachines, bijvoorbeeld). Ten slotte kan je verkiezen dat gemeenten experimenteren met taks op technologie, omdat een nationaal plan meteen veel grotere consequenties zal hebben. Volgens mij zijn dat eerder zwakke argumenten voor de gemeentelijke belasting. Het is leuk dat Molenbeek creatief beleid wil voeren, maar het lijkt meer op een wanhoopsdaad dan een echte strategie, en je kan je afvragen of het wel slim en ethisch is om met je laatste centen op de de lotterij te spelen.

De keuze die men nu gemaakt heeft zal een aantal voorspelbare gevolgen hebben: daar waar de vaste som van 5600 EUR kleiner is dan de winst bij het invoeren van een zelfscankassa, zal men de kassa gewoon automatiseren en de winst verkleinen of proberen te behouden door lonen te drukken of prijzen te laten stijgen. 

Men kan zich voorstellen dat grotere bedrijven of filialen de investering niet zullen uitstellen, aangezien zij grotere marges hebben dankzij grotere volumes, en personeel ook elders kunnen inzetten. Meer nog, allicht gaan ze voor de duurste en snelste machines, omdat het een vaste taks is per scanner. Daartegenover staat dat kleine bedrijven met slechts enkele werknemers en een veel lagere omzet tegen een substantiële taks aankijken, en het met de lagere productiviteit van mensen zullen moeten stellen. Ketens zullen ook Molenbeek vermijden en meer investeren waar de productiviteit hoger ligt. Een verschuiving naar onproductieve bedrijven zal de tewerkstellingsgraad in de gemeente geen goed doen.

Dat belastingen gediversifieerd moeten zijn, en dat alles op arbeid verhalen allicht geen keuze voor de toekomst is, dat is duidelijk. In het wilde weg op gemeentelijk niveau met forfaitaire taksen jongleren, lijkt echter gedoemd om te mislukken en perverse effecten te genereren. Als er ergens een degelijke studie voorafgegaan is aan deze gemeentelijke bepaling zou ik ze graag eens lezen. Deze maatregel lijkt echter een creatieve interpretatie van de samenvatting van een opiniestuk van iemand die Thomas Pketty gelezen heeft. Het is enigzins ironisch dat het dan nog een liberale schepen is die het plan bedacht heeft.

Referenties

'Beci gaat strijd aan tegen Molenbeekse taks op zelfscankassa's', Bruzz, 18 juli 2022 - https://www.bruzz.be/samenleving/beci-gaat-strijd-aan-tegen-molenbeekse-taks-op-zelfscankassas-2022-07-18

'Sint-Jans-Molenbeek voert belasting van 5 600 euro in per zelfscankassa', VRT NWS, 13 juli 2022 - https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/07/13/sint-jans-molenbeek-voert-belasting-van-5-600-euro-in-per-zelfsc/

'Sint-Jans-Molenbeek voert belasting van 5 600 euro in per zelfscankassa', Bruzz, 13 juli 2022 - https://www.bruzz.be/samenleving/sint-jans-molenbeek-voert-belasting-van-5600-euro-zelfscankassa-2022-07-13

zaterdag 2 juli 2022

Migratie en groei

Ik veroorloof mij even deze opinie, al besef ik dat experten veel nuances zullen aan te brengen hebben bij de stellingen die ik hier naar voor breng.

België is een land van migranten. Dat is niet erg en het is niet onverwacht. In de naoorlogse periode kende ons land een sterke economisch groei met een grote vraag naar arbeidskrachten die door migratie uit het middellandse zeegebied, eerst Italië en Spanje, nadien Turkije en Marokko, is beantwoord. Men kan parallellen zien met de veel grotere economie van de Verenigde Staten, of met een kleinere economie zoals die van Zwitserland. Telkens gaat het om open, exportgerichte economieën. Brussel kan zich voorts qua diversiteit naast New York zetten, maar ondanks de internationale instellingen komt het op vlak van welvaart niet in de buurt van Genève. De demografische trend geeft aan dat de etnische heterogeniteit nog verder zal toenemen, en dat het aandeel migranten in de nabij toekomst nog groter zal worden.

De maatschappelijke integratie van migranten is echter geen succes geweest. Een goede graadmeter is het aantal etnisch heterogene gezinnen. Als ervaringsdeskundige kan ik zeggen dat het water zeer diep is. Cultuur is daarbij een factor, maar een ingrijpendere trend in de laatste decennia zijn homogenere huwelijken, deels ingegeven door de verwachtingen van steeds hoger opgeleide vrouwen, eerder dan die van mannen. Men kan dus islamitische mannen wel verwijten dat ze importbruiden aantrekken, maar de vraag is of ze wel een alternatief hebben. Hoogopgeleide etnisch Belgische vrouwen staan niet te springen voor schoolverlaters.

Wellicht hebben we een vergissing gemaakt door de achtergestelde positie van migranten bijna volledig aan discriminatie toe te schrijven. Een Turkse wetenschapper die hier bijlessen geeft vertelde mij dat in zijn praktijk enkel scholieren van nieuwe migranten komen, geen derde-generatieturken. Hun ouders waarderen scholing niet en verkiezen snel geldgewin. Een Nigeriaanse wetenschapper gaf dan weer aan dat ze Belgen van Nigeriaanse origine om dezelfde reden vermijdt. Ook al is armoede en discriminatie een remmende factor, toch geven ze beiden aan dat er een selectie-effect is: mensen met een hoog verdienpotentieel zullen in eigen land blijven, terwijl mensen met een laag verdienpotentieel de grens oversteken. Het verdienpotentieel is voor een groot deel afgeleid van de intellectuele capaciteiten of het IQ, dat genetisch erfelijk is. Met andere woorden: historische migratiegolven zouden wel eens intellectueel mager geweest kunnen zijn. Dat is volstrekt logisch, aangezien toen fysieke werkkracht werd aangetrokken. Door de etnisch homogene huwelijken is de variatie nog verder verminderd in plaats van toegenomen.

In de economische wetenschap wordt het effect van migratie doorgaans anders ingeschat: ten eerste gaat men ervan uit dat mensen met een groter verdienpotentieel in een grotere radius zoeken om dit potentieel te valoriseren, waarbij dit eerder tot migratie dan tot pendelen leidt. Ten tweede is er een positief effect van het toegenomen arbeidsaanbod op de totale welvaart. Dit kan in een dynamischer model leiden tot positieve spillovers voor iedereen, en dus bijvoorbeeld overheidsinspanningen om de integratie te bevorderen. In dit geval zien we echter negatieve spillovers: de nakomelingen van fysieke arbeidskrachten van een halve eeuw geleden ingeweken zijn hebben niet de kwaliteiten die vandaag nodig zijn, de schoolprestaties gaan erop achteruit, en de maatschappelijke problemen nemen toe. In het bijzonder zien we dat er zich een alternatieve informele economie ontwikkelt waar migranten in actief zijn (voornamelijk bouw, drugshandel, mensenhandel en prostitutie, autohandel, logistiek en koeriersdiensten) omdat hun economische integratie onvoldoende is om aan de eisen van de reguliere economie op vlak van lasten en voorwaarden, bijvoorbeeld vervat in CAO's, te voldoen. Door de reguliere markt te ondergraven en door het schoolniveau te verlagen sleept men zo ook de autochtone bevolking mee op het pad naar minder welvaart. In dit informele circuit zijn er allerhande problemen, gaande van uitbuiting, sociale fraude, intellectuele fraude tot geweld en omkoping. Zeker in Brussel is er een soort maffia-cultuur ontstaan. 

Een nationalistisch politicus stelde zich ooit de vraag wat de economische meerwaarde van migratie is. Er zou een studie zijn van de Universiteit Antwerpen die aangeeft dat deze positief is. Ik heb deze niet gelezen, maar veronderstel dat volgende opmerkingen op hun plaats zijn: ten eerste moeten we letten op het onderscheid tussen de korte en de lange termijn: een lager betaalde werknemer kan vandaag economische meerwaarde opleveren, maar dit kan onvoldoende zijn voor zijn latere sociale zekerheid, laat staan die van anderen. Ten tweede zijn niet alle migratiestromen dezelfde: sommigen emigreren uit landen die qua welvaart op hetzelfde peil als België staan en om andere redenen dan economisch opportunisme of precies om een hoger verdienpotentieel maximaal te verzilveren. Ten derde is er een voluntarisch element: in de mate dat we erin slagen om migranten economisch te integreren zal de meerwaarde groter zijn, maar in de mate dat ze in een vorm van aangeleerde afhankelijkheid geduwd worden (vb. werkloosheidsval), zal er eerder een directe en indirecte kost zijn. Het zou intellectueel oneerlijk zijn om deze verschillen en de kenmerken van de migrantengroepen niet mee in overweging te nemen, en om er omwille van het ethische principe dat alle mensen gelijkwaardig zijn, vanuit te gaan dat dit ook economische gelijkwaardigheid betekent. Dat is natuurlijk niet zo.

Moeten we dan de migratie stoppen? Neen, of toch niet voor altijd. In eerste instantie moeten alle inspanningen geleverd worden om de huidige migranten economisch te integreren. In tweede instantie moet nagegaan worden op welke schaal NV België het best opereert. De grondwaterreserves, huisvestingscapaciteit, urbanisatie en landbouwcapaciteit zouden dit moeten aangeven. Vervolgens moet voor elke migrant een sociaal economische voetafdruk bepaald worden. Men kan dit zelfs doen voor historische migratie. We kunnen migratie toelaten als de voetafdruk van de ene migrant compenseert voor die van de andere. Ook formules om het burgerschap te kopen en om het te verliezen zouden kunnen worden overwogen. In elk geval is het gebrek aan visie in het migratiebeleid één van de factoren waarom er een ongebreidelde groei is van de immigratie, zowel met als zonder papieren. We moeten eerlijk zijn en toegeven dat dit voorlopig nog niet wordt gebruikt als een troef, maar eerder zorgt voor verarming en verrechtsing, zowel bij de autochtone bevolking als bij de reeds conservatieve allochtone bevolking, welke zich eerst vastklinkt aan de linkse partijen die zich opstellen als donateur, tot dat voordeel wegvalt. Het is een debat met veel taboes, maar het moet wel gevoerd worden, zonder al te idealistische of folkloristische opvattingen.

donderdag 16 juni 2022

Stakingen

Definitie

Bij een staking leggen werknemers het werk neer. Er wordt niet geproduceerd en er wordt dan ook geen loon ontvangen. Bij een officiële staking wordt op voorhand door de vakbond een stakingsaanzegging gedaan. Hoewel het stakingsrecht niet formeel omschreven is in het Belgische arbeidsrecht, is dit impliciet erkend door internationaal recht, en zijn er procedures binnen het sociaal overleg om stakingen op een reguliere manier te laten verlopen.

Varianten:
  • Lock-outs, waarbij de werkgever het bedrijf laat stilleggen.
  • Wilde stakingen ('wildcat strikes') gebeuren onaangekondigd en zonder de steun van vakbonden.
  • Stiptheidsactie, waarbij de werknemers zodanig nauwgezet de taken afwerken dat het werk vertraging oploopt (vb. treinconducteurs controleren elke en iedere reiziger, politie controleert elk voertuig, etc.).
  • Betaalstakingen, waarbij werknemers geen geld innen (vb. treinconducteurs controleren niet).
  • Piketten, waarbij werknemers verhinderd worden om hun werk uit te voeren door werknemers van de eigen of van een andere organisatie.
  • Blokkering, waarbij de band wordt stilgelegd of producten worden vastgehouden tot er een akkoord is.
  • Een nationale staking is een staking in het hele land.
  • Een algemene staking is een staking in zo goed als alle sectoren.

Juridische basis

Ondanks het arbeidscontract dat een werkplicht inhoudt, mogen werknemers collectief werk weigeren. De reden hiervoor is dat arbeid (door de IAO) niet als een goed of bezit wordt beschouwd (cf. slavernij). Er kan discussie zijn over arbeidsvoorwaarden en omstandigheden om het werk op een menswaardige manier uit te voeren. De wet omschrijft de modaliteiten om in zo'n geval een staking aan te kondigen als een instrument binnen de sociale dialoog. Dit kan leiden tot bemiddeling en verzoening of een sociaal akkoord.

Vaak hebben sociale akkoorden een clausule die sociale vrede belooft als het akkoord wordt uitgevoerd. De sanctie voor het schenden van de sociale vrede is doorgaans dat de syndicale premie niet wordt uitbetaald.

Vier sociaal-economische paradoxen

Een staking is een krachtmeting tussen de werknemer en de werkgever. Beide verliezen inkomen en stellen jobs op het spel om een discussie in hun voordeel te beslechten. Als er snel een akkoord is, worden deze verliezen beperkt, maar kan één partij er voordeel uit halen ten koste van de andere. Met een later akkoord of zonder akkoord lopen de verliezen op, potentieel zelfs als er meer voordeel gehaald wordt door de ene partner. Deze onderhandelingsdynamiek staat bekend als de "Hick's paradox".

Een tweede paradox is dat stakingen een onmiddellijk negatief effect kunnen hebben, maar een uitgesteld positief effect. Zo is er de stakingskost en de gevolgen van de gestopte productie, maar als dit leidt tot een akkoord dat problemen verhelpt of de arbeidsorganisatie verbetert, dan kan na verloop van tijd de staking zorgen voor extra productiviteit en verbeterd welbevinden.

Een derde paradox is dat stakingen soms ondoelmatig lijken: zo gebeurt het dat havenarbeiders of spoorarbeiders met vrij goed beschermde statuten, staken om politieke redenen, en de economie stilleggen uit solidariteit met andere werknemers die niet kunnen staken. Een staking kan ook eerder een schot voor de boeg zijn. Zo is het effect van de (zeldzame) stakingen in de zorgsector, bekend als de 'witte woede', niet zozeer dat akkoorden worden bijgesteld, maar wel dat de dreiging voor nieuwe acties bijstelling van de akkoorden vertraagt of verhindert. Op een gelijkaardige manier hebben de stakingen tegen de aanpassing van het pensioenstelsel de aanpassing niet teruggedraaid, maar is de regering Michel die ze had doorgevoerd er electoraal voor afgestraft. Met de regering De Croo kwamen meer partijen die garanties boden op sociale zekerheid aan zet (met name de sociaal-democraten en de christendemocraten), en deze hebben bijvoorbeeld snel die zekerheid geboden aan werknemers die door de corona-epidemie op tijdelijke werkloosheid werden gezet.

Een vierde paradox is dat werknemers met betere arbeidsvoorwaarden vaak meer staken dan werknemers met slechtere arbeidsvoorwaarden. Eén reden hiervoor is dat de causaliteit loopt van de onderhandelingsmacht naar de arbeidsvoorwaarden, en dat deze dus beter zijn omdàt er gestaakt is in het verleden. Een tweede reden die daarop voortborduurt is dat er gemakkelijker kan gestaakt worden in de maakindustrie dan in de dienstensectoren, omdat men in de (lagere) dienstensector, de klant moeilijker in de steek kan laten (vb. verzorgingsinstellingen) en omdat de werknemers in minder kapitaalintensieve dienstensectoren niet van de rent-sharing kunnen genieten waar werknemers in de maakindustrie van genieten.

Bronnen

Informatiefiche stakingsrecht en uitbetaling loon – sociaal secretariaat Besox
https://www.besox.be/syndicale-acties-in-de-toekomst/

Infofiche over stakingen en lock-outs van FOD WASO
https://werk.belgie.be/nl/themas/sociaal-overleg/collectieve-conflicten/staking-en-lock-out

Statistieken gelijkgestelde periodes RSZ
https://www.rsz.be/stats/gelijkgestelde-periodes-kwartaalstatistiek#data

Kritiek van het VBO op de stakingsindicator van de RSZ
De kritieken zijn als volgt:
  • Sommige stakingen zijn niet erkend en belanden dus niet in de statistieken. – Dit is niet onwenselijk: de indicator geeft aan hoeveel erkende stakingen er waren.
  • Sommige erkende stakingen leiden alsnog tot uitbetaling van de – Als de werkgever een stakingsactiviteit beschouwt als een taak voor de onderneming, dan is het geen staking meer.
  • Het aantal personen of VTE dat staakt zegt niet hoeveel stakingen er zijn. – Ten eerste kan dit wél uit de DMFA microdata worden afgeleid, ten tweede kan men de stakingen per sector delen door de gemiddelde bedrijfsgrootte om een indicatie te krijgen, en ten derde suggereert men om stakingen in promille uit te drukken, wat ook een goede oplossing is.
  • De Belgische statistieken zouden niet conform de IAO-richtlijnen zijn. – Dat verdient om bekeken te worden, maar een administratieve statistiek sluit niet uit dat er andere manieren zijn om de stakingen op te volgen (vb. enquêtes, vakbonden, zoekopdrachten, etc.).
https://www.vbo.be/actiedomeinen/sociaal-overleg/sociaal-conflict/stakingsstatistieken-niet-betrouwbaar_2014-07-08/


Arbeidsongevallen, gebedsruimtes, en genderneutrale toiletten

Dit is een korte opinie over de beleidsfocus vandaag. 

In de laatste decennia is het aantal arbeidersjobs (fysieke handarbeid) gedaald van een meerderheid tot een minderheid van het totale aantal jobs in de privésector in België en zijn de bediendenjobs (mentale hoofdarbeid) nu talrijker. Daarmee is ook het aantal werkongevallen afgenomen, aangezien fysieke arbeid fysieke risico's inhoudt. Dit kan louter een compositie-effect zijn: uit eigen onderzoek blijkt dat arbeidersjobs nog steeds dezelfde risico's inhouden, en cijfers van Fedris tonen steeds aan dat ook de prevalentie van arbeidsongevallen in deze sectoren hoog blijft.

In het verleden was er veel aandacht binnen de sociale dialoog rond veiligheid en preventie op het werk, en zo werden arbeidsgeneesheren en preventieadviseurs aangesteld, en werden ondernemingen met minstens 50 werknemers verplicht om een CPBW in te richten. Bovendien is er een omvangrijke wetgeving rond veiligheid op het werk, en worden er ook inspanningen gedaan voor vorming en voorlichting ter preventie van arbeidsongevallen. 

Sinds de jaren 1990, samen met de toename van het aandeel en aantal bedienden, is er meer aandacht gekomen voor (mentaal) welzijn op het werk. Stress, burnouts, en vormen van discriminatie en intimidatie, zijn relatief nieuwe thema's in het preventiedomein, en worden veroorzaakt door zogenaamde psychosociale factoren. Recent is dit psychosociale domein uitgebreid met gevoeligheden die vroeger niet meteen tot de arbeidssfeer behoorden: aandacht voor diversiteit en inclusie, religie, gender, en seksuele oriëntatie. Sommige van die gevoeligheden zouden kunnen gezien worden als overgevoeligheid. Is het bijvoorbeeld een recht van een moslim om gedurende de ramadan minder performant en slaperig te zijn op het werk (noteer dat volgens de eigen leer het werk voorgaat), is het een groot probleem als een transseksueel naar hetzij een mannen- of vrouwentoilet moet gaan, dat iemand hard op tafel klopt tijdens een discussie (een manifestate van kracht ofwel 'microagressie'), of dat men mensen met meneer en mevrouw aanspreekt - wat vroeger gewoon beleefd was? Men noemt mensen die hiervoor overgevoelig zijn soms 'snowflakes' of 'woke': ze zijn alert voor situaties die vroeger ongemerkt passeerden... en relatief onschadelijk waren.

Deze discussie lijken objectief beschouwd niet complex, maar subjectief wordt het een andere zaak, precies door er de aandacht op te vestigen en er een fetisj van te maken. Opeens worden dit de halszaken, en dat kan de aandacht verdringen van andere thema's, zoals het klassieke preventiebeleid rond ongevallen en problemen van biomechanische aard (vb. musculoskeletale aandoeningen). In theorie hoeft dit niet en kan men tegelijk proberen om aan gevoeligheden tegemoet te komen of ermee te leren omgaan, maar in de praktijk is aandacht niet onverdeeld. Dan is de vraag welke problemen objectief ernstiger zijn: fysieke letsels die vooral lager betaalde, mannelijke arbeiders treffen, of mentale zorgen die vaker beter betaalde, vrouwelijke bedienden treffen? In mijn ogen is het een onrecht dat dit eerste over het hoofd gezien wordt, zonder mentale problemen te miskennen, maar tussen een burnout en het verlies van een hand is het gemakkelijk kiezen, en tussen het carpaal tunnelsyndroom en het ontbreken van gebedsmatjes nog gemakkelijker.

De vraag is waarom niet iedereen daar dan zo over denkt. Ieder schuift uiteraard het eigenbelang naar voor, en werknemers die sterker staan zullen hun gevoeligheden als gevoeliger kunnen voorstellen dan zij die zwakker staan. Dit is alvast een paradox. Daarnaast is het zo dat sommige problemen geïmporteerd zijn van buiten de arbeidssfeer: de maatschappelijke segregatie op basis van religie, toenemende bekommernis om seksualiteit en gender in een wereld die minder traditioneel is, en eenvoudigweg toenemende sensitiviteit omdat sensitiviteit niet teruggedraaid worden. Historisch perspectief verhelpt dit niet, en bovendien zijn er voor elk van de overgevoeligheden ook effectief uitwassen die een terechte gevoeligheid uitlokken: zo hoort een werkplaats geen gebedsruimte te zijn, maar het gebeurt ook dat werkgevers zich gaan inlaten met de geloofsovertuiging van mensen buiten de werkuren, en op basis daarvan gaan discrimineren, terwijl dat tot de strikte privésfeer behoort. Ook het respect voor diverse geaardheden en de gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen zijn geen evidentie, maar de symbolische strijd die ervan gemaakt wordt gaat voorbij aan de democratisering die er al geweest is en ent zich eerder op algemene maatschappelijke ongenoegens. Het is goed mogelijk dat ze zelfs een gevolg zijn van de toegenomen stress op het werk zowel als in het privéleven, voorkomend uit toegenomen complexiteit van het leven op beide vlakken.

Het beleid moet zich echter focussen om problemen die door het beleid kunnen worden opgelost. Met genderneutrale toiletten worden psychosociale problemen niet van de baan geruimd: er is een pleister aangebracht op een open wonde die zich verder openrijt. Het is symbolisch lapwerk dat de gevoeligheden verder vergroot. Ondertussen kunnen we zeggen dat de 20ste-eeuwse problemen van een kleiner en minder mondig, lager opgeleid deel van de tewerkstelling over het hoofd gezien worden - wat op zich ook tot frustratie leidt. Dit zijn de mensen die door slijtage aan de gewrichten vanaf 50-55 jaar ongeschikt zijn voor de arbeidsmarkt en zich als een vergeten groep gaan manifesteren (cv. gele hesjes, Michel Houellebecq), en zich onbegrepen voelen zonder het even prozaïsch te kunnen uitdrukken als een jongere, vrouwelijkere, hoger opgeleide generatie dat met andere zorgen kampt. Het beleid moet de juiste prioriteiten zoeken, niet op basis van wie het luidste roept, maar op basis van wie het hardste lijdt. 

vrijdag 1 januari 2021

Coronavirus vaccination pricing

At this stage of the epidemic, we have increasing numbers of coronavirus infections, due to seasonality of the virus and slack on the epidemic control, both from the policy side and from the citizen side. At the same time, vaccination campaigns have become, and will eventually extinguish the virus, provided no new surprises pop up.

It is tempting to vaccinate as fast as possible, and almost at all costs. However, as firms are profit maximizing agents, production capacity is limited. If they were not, the recipe for coronavirus vaccines would be available at market prices to any market player willing to produce it. This would be welfare optimal. Now suppose firms wouldn't care about profits and countries were valuing lives saved infinitely more than the realisation of monetary added value in the pharmaceutical sector, then the vaccine recipe would be available for free. Of course, this is not the case, although the University of Oxford has convinced its producing partner AstraZeneca (which has little experience making vaccines) to sell coronavirus vaccines at cost price, and the Pfizer-BioNTech and Moderna vaccines have a similar pricing to influenza viruses - which is about ten times the Oxford-AstraZeneca price, begging the question whether the market is competitive. Probably not.

Either way, countries have put their bids for the coronavirus vaccines, and we are now seeing the winners and losers from this bid. Some countries are quick to approve the vaccines and pay higher prices than others. Rushing through procedures (at a potential cost in safety) and paying a premium price boil down to the same thing. It appears that rich countries that have individually negotiated prices, have faster access, but at a higher cost. Poorer countries without bargaining leverage would have slow access, at a high cost. Examples are Israel and the UK. Countries that group their purchases, notable the European Union, have lower costs, but slower access. There is little internal inequality between the countries from the EU. This means for Bulgaria or Portugal, it is undoubtedly interesting to join the coordinated purchase, but countries like Germany, Sweden, and the Netherlands may wonder whether it wouldn't have been more advantageous to order separately.

This is a game theoretical bidding problem. To begin with, assume demand for the vaccine is inelastic: any country wants it at almost any price. The propensity to pay is equal to the cost of a raging coronavirus epidemic. Supply, on the other hand, has a normal, upward slope. In absence of competition, the producer will be able to set prices far above the market equilibrium price. In itself, such disproportionate producer surpluses are not problematic, but the resulting inequality and the inability to share the welfare that has been generated, is. To play the game, suppose that countries can either put a low bid (L) at the equilibrium price, or a high bid (H) at a level above equilibrium. In absence of perfect competition, in order to avoid inequalities, the first-best solution would be to ensure countries bargain collectively and put low bids. However, single countries putting a high bid could undercut this strategy and leave the rest of the world at a massive disadvantage, as the the high-bidding country would be the only one disposing of full production capabilities. As a result, without coordination, countries will put high bids and will benefit from it individually, but if all countries do so, we end up in a second-best equilibrium.



donderdag 11 juni 2020

Stoppen met eten

Als ik terugdenk aan mijn kindertijd, wat toch al meer dan een half leven geleden is, dan ben ik vooral verwonderd over wat wij elke dag te eten kregen. Hoewel mijn moeder geen typische huisvrouw is, kwam er elke avond vers en gezond eten op tafel. De gewoonte om dagelijks te koken was overgenomen van de generaties voor haar, maar de kwaliteit was nog verbeterd. Ook de man des huizes deed overigens meer dan zijn deel in het werk. 
Spoelen we vooruit naar 2020, dan zien we een hele andere trend: mensen halen eten af via Deliveroo, slaan maaltijden over, laten HelloFresh aan huis bezorgen, spenderen minder tijd in de keuken. Het kan niet anders of de kwaliteit daalt, en dus ook de gezondheid van de burgers. Zelfs als ik eraan denk inspanningen te doen, kom ik er toch niet toe. Onze tijd is nog schaarser geworden.
Het is een klassiek probleem van Baumols cost disease: we worden niet of amper productiever bij het shoppen, terwijl de productiviteit op andere vlak toeneemt. Daarvoor worden we ingeschakeld, en als comparatieve specialisten gaan we onszelf ook meer op die andere terreinen toeleggen. Het resultaat, cru gezegd, is dat ik mijn geest voed, maar niet mijn maag.
Het beleid zou hier veel aan kunnen verhelpen, door een goede analyse te maken van dit huizenhoog probleem. Men kan bijvoorbeeld het aanbod aan bepaalde diensten of formules terugschroeven, normen opleggen, belastingen heffen, producten nudgen of de productiviteit in de keuken vergroten: de camionnetjes van Amazon verschepen nu vooral gadgets, maar misschien kan de groenteboer ook weer rondtoeren, deze keer buiten de kantooruren of op afspraak. Ik heb alvast een app hiervoor en laat anderen mijn boodschappen doen, maar ik moet mij nog over het schuldgevoel dat ik de shoptijd van een mindervalide afneem heen zetten. Graag betaal ik zelfs méér voor de dienst, of zou ik horen dat de winkel de shoppers beter kan betalen dan ander personeel (vb. omdat er minder verlies of diefstal is), dan mogen ze dagelijks langskomen met een verse lading.