vrijdag 1 januari 2021

Coronavirus vaccination pricing

At this stage of the epidemic, we have increasing numbers of coronavirus infections, due to seasonality of the virus and slack on the epidemic control, both from the policy side and from the citizen side. At the same time, vaccination campaigns have become, and will eventually extinguish the virus, provided no new surprises pop up.

It is tempting to vaccinate as fast as possible, and almost at all costs. However, as firms are profit maximizing agents, production capacity is limited. If they were not, the recipe for coronavirus vaccines would be available at market prices to any market player willing to produce it. This would be welfare optimal. Now suppose firms wouldn't care about profits and countries were valuing lives saved infinitely more than the realisation of monetary added value in the pharmaceutical sector, then the vaccine recipe would be available for free. Of course, this is not the case, although the University of Oxford has convinced its producing partner AstraZeneca (which has little experience making vaccines) to sell coronavirus vaccines at cost price, and the Pfizer-BioNTech and Moderna vaccines have a similar pricing to influenza viruses - which is about ten times the Oxford-AstraZeneca price, begging the question whether the market is competitive. Probably not.

Either way, countries have put their bids for the coronavirus vaccines, and we are now seeing the winners and losers from this bid. Some countries are quick to approve the vaccines and pay higher prices than others. Rushing through procedures (at a potential cost in safety) and paying a premium price boil down to the same thing. It appears that rich countries that have individually negotiated prices, have faster access, but at a higher cost. Poorer countries without bargaining leverage would have slow access, at a high cost. Examples are Israel and the UK. Countries that group their purchases, notable the European Union, have lower costs, but slower access. There is little internal inequality between the countries from the EU. This means for Bulgaria or Portugal, it is undoubtedly interesting to join the coordinated purchase, but countries like Germany, Sweden, and the Netherlands may wonder whether it wouldn't have been more advantageous to order separately.

This is a game theoretical bidding problem. To begin with, assume demand for the vaccine is inelastic: any country wants it at almost any price. The propensity to pay is equal to the cost of a raging coronavirus epidemic. Supply, on the other hand, has a normal, upward slope. In absence of competition, the producer will be able to set prices far above the market equilibrium price. In itself, such disproportionate producer surpluses are not problematic, but the resulting inequality and the inability to share the welfare that has been generated, is. To play the game, suppose that countries can either put a low bid (L) at the equilibrium price, or a high bid (H) at a level above equilibrium. In absence of perfect competition, in order to avoid inequalities, the first-best solution would be to ensure countries bargain collectively and put low bids. However, single countries putting a high bid could undercut this strategy and leave the rest of the world at a massive disadvantage, as the the high-bidding country would be the only one disposing of full production capabilities. As a result, without coordination, countries will put high bids and will benefit from it individually, but if all countries do so, we end up in a second-best equilibrium.



donderdag 11 juni 2020

Stoppen met eten

Als ik terugdenk aan mijn kindertijd, wat toch al meer dan een half leven geleden is, dan ben ik vooral verwonderd over wat wij elke dag te eten kregen. Hoewel mijn moeder geen typische huisvrouw is, kwam er elke avond vers en gezond eten op tafel. De gewoonte om dagelijks te koken was overgenomen van de generaties voor haar, maar de kwaliteit was nog verbeterd. Ook de man des huizes deed overigens meer dan zijn deel in het werk. 
Spoelen we vooruit naar 2020, dan zien we een hele andere trend: mensen halen eten af via Deliveroo, slaan maaltijden over, laten HelloFresh aan huis bezorgen, spenderen minder tijd in de keuken. Het kan niet anders of de kwaliteit daalt, en dus ook de gezondheid van de burgers. Zelfs als ik eraan denk inspanningen te doen, kom ik er toch niet toe. Onze tijd is nog schaarser geworden.
Het is een klassiek probleem van Baumols cost disease: we worden niet of amper productiever bij het shoppen, terwijl de productiviteit op andere vlak toeneemt. Daarvoor worden we ingeschakeld, en als comparatieve specialisten gaan we onszelf ook meer op die andere terreinen toeleggen. Het resultaat, cru gezegd, is dat ik mijn geest voed, maar niet mijn maag.
Het beleid zou hier veel aan kunnen verhelpen, door een goede analyse te maken van dit huizenhoog probleem. Men kan bijvoorbeeld het aanbod aan bepaalde diensten of formules terugschroeven, normen opleggen, belastingen heffen, producten nudgen of de productiviteit in de keuken vergroten: de camionnetjes van Amazon verschepen nu vooral gadgets, maar misschien kan de groenteboer ook weer rondtoeren, deze keer buiten de kantooruren of op afspraak. Ik heb alvast een app hiervoor en laat anderen mijn boodschappen doen, maar ik moet mij nog over het schuldgevoel dat ik de shoptijd van een mindervalide afneem heen zetten. Graag betaal ik zelfs méér voor de dienst, of zou ik horen dat de winkel de shoppers beter kan betalen dan ander personeel (vb. omdat er minder verlies of diefstal is), dan mogen ze dagelijks langskomen met een verse lading.

Praktijktests op de woningmarkt

Er is in Vlaanderen grote druk om praktijktests uit te voeren op de woningmarkt, om discriminatoire praktijken op te sporen. Er zijn indicaties dat verhuurders migranten uitsluiten van een bezoek of eenvoudigweg niet toelaten als huurder. Dat is ontegensprekelijk het geval. Er is discriminatie, maar is het racisme? Een van de mooie zaken van markten is namelijk dat discriminatie er niét goed op plakt: waarom zou men op smaak differentiëren als men daarbij nutsverlies lijdt? Toch lijkt het te gebeuren.

Sociale huisvestingsmaatschappijen kennen dit fenomeen maar al te goed. Het heet statistische discriminatie, en hun verdienmodel is erop gebaseerd. Het komt erop neer dat een individuele verhuurder mensen met een migratieachtergrond ervan verdenkt minder voorzichtig met z'n eigendom om te springen, en geen schadevergoeding te zullen betalen als bij het beëindigen van een huurcontract blijkt dat er schade is aangericht (vochtschade, brandschade, vernielingen, verbouwingen, ... ). Er zijn geen goede studies naar - wat een eerste tekortkoming is in het debat - maar ervaringsdeskundigen gaan ervan uit dat dit waarschijnlijker is met migranten dan met autochtonen. Het is op zich ook niet onlogisch, omdat de sociale sanctie bij wangedrag groter is wanneer men een groter netwerk in de buurt heeft. Dat effect speelt ook op de arbeidsmarkt. Op basis van gepercipieerde probabiliteiten zal een verhuurder dus beslissen om hetzij een risicopremie te vragen, hetzij een groep potentiële huurders uit te sluiten. 

Beide gebeuren: wanneer een sociale huisvestingsmaatschappij onderhandelt, zullen ze immers de huurprijs substantieel kunnen drukken, in de grootteorde van 30% van de huurprijs. Men garandeert immers dat de eigen technische ploeg voor het onderhoud van de woningen zal instaan. Via de sociale verhuurmaatschappij wil men dus wél verhuren aan vreemdelingen, en zelfs onder de marktprijs, want de risico's vallen weg.

Nu is de vraag wat er zal gebeuren als de wetgever praktijktests invoert. De optie om een groep potentiële huurders uit te sluiten valt weg, dus de risicopremie zal toenemen en de huurprijs zal stijgen. Het is ook goed mogelijk dat de prijs als een uitsluitingscriterium gebruikt zal worden. In die gevallen zal er een inflatoir effect zijn. Anderzijds kan het ook zijn dat huizen van de huurmarkt gehaald worden en op de koopmarkt belanden, wat daar het aanbod doet toenemen, en de prijzen van onroerend goed, en dus de inflatie, dalen. Omdat de vraag naar huisvesting op zich inelastisch is, zullen migranten dan eigendommen moeten kopen. Hoewel de prijs gedaald is, zal de bank waarschijnlijk dezelfde redenering maken als de verhuurder, en in de interestprijs een risicopremie inbouwen. Men zal dat objectiveren door loonbrieven op te vragen en het spaarprofiel te bekijken, maar het resultaat zal hetzelfde zijn: migranten zullen zich enkel ondermaatse huisvesting kunnen veroorloven. Het inflatoire effect van restricties keert dan terug.

Ik zie vijf oplossingen, met een veel minder ingrijpende wetgeving dan praktijktests:
  1. Vergroot het marktaandeel van sociale huisvestingsmaatschappijen, creëer zo een monopsonie op het lagere segment van de huurmarkt, en laat de echte probleemgevallen nog steeds vrij onderhandelen zodat de maatschappijen de gewenste huurders zijn voor de huiseigenaars.
  2. Verplicht huurders een schadeverzekering af te sluiten, en verplaats de risicoinschatting van de verhuurder, die eenvoudige heuristiek gebruikt, naar professionele makelaars. Daarna kan men praktijktests doen om het effect van die wet op te volgen, niet om de verhuurders te bekeuren. Normaal zou er dan minder discriminatie moeten zijn ten opzichte van de nulmeting.
  3. Sta toe dat migranten een pseudonym gebruiken. Veel Aziaten, met name uit Hong Kong en Taiwan, hebben een geboortenaam en een verwesterde naam. Als daar het taboe rond sneuvelt, krijgt men het effect van een auditie achter gordijnen.
  4. Immokantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen werken in België in opdracht van de verhuurder, voor wie er een kost aan verbonden is (een premie, dan wel een lagere verhuurprijs). Het zou goed zijn mochten er ook bemiddelaars voor de huurder zijn.
  5. Een (ver)huurdersboekje met referenties, naar allegorie met het beruchte werkmansboekje, waardoor men een (ver)huurdersscore kan voorleggen op basis van vorige (ver)huurcontracten.

vrijdag 17 januari 2020

Zotero labels

My system to label article in the reference manager:

By academic field

  • statistics
  • economics
  • econometrics
  • sociology
  • industrial relations (incl. collective bargaining)
  • ,,,
This could be automated, based on the journal.

By topic

  • wage curve
  • wage norm
  • inequality (incl. dispersion)
  • wage
  • income
This is generally in the keywords.

By focus

  • gender
  • age (incl. youth, elderly)
  • Belgium
  • Europe
  • Great Recession
  • ...
In other words: population, location, time period.

By kind

  • Empirical
  • Theoretical
  • Literature overview
  • Meta-analysis
  • Review or comment
  • Grey literature (annual reports, technical papers, discussion papers, working papers, etc.) 
The label grey is not really necessary: if the article is classified as 'report', it means grey. Often, however, those publications contain a mixture of approaches.

By quality


  • Classic (e.g. seminal)
  • Good
  • Bad
  • To do
At first, they're all 'to do', then just good or bad, or classic if it is a necessary reference in the strand of research.

dinsdag 29 oktober 2019

Groeigedreven inflatie, in mensentaal

Als er economische groei is, volgt inflatie, maar hoe kan je dat aan een leek uitleggen?

Stel je voor dat een producent z'n productiviteit met 10% kan opdrijven en alles verkocht krijgt aan de lopende prijs. Er zal dan meer liquiditeit nodig zijn, dus de monetaire basis moet vergroten, zoniet is er hetzij een overproductieprobleem, hetzij deflatie als de prijzen dalen. Dat zou leiden tot het uitstellen van consumptie tot de goederen lager geprijsd op de markt komen, of er in elk geval van uitgaande dat het geld dat opzij gezet is, in de toekomst meer waard zal zijn. Dit is destructief voor de economische groei.

De centrale bank heeft dus geen andere keuze, wil ze prijsstabiliteit garanderen, dan om geld bij te drukken zodat de groei mogelijk is. Aangezien voornoemde producent meer middelen heeft, kunnen zijn leveranciers en dienstverleners daar ook een graantje van meepikken. Zij verhogen hun prijzen, maar niet hun productiviteit. Het gevolg: de nominale economie groeit, maar de reële economie niet. Het verschil is inflatie, namelijk ontwaarding van de munt. De centrale bank kan dit binnen de perken houden door de rente te verhogen via een hogere interest op de reserves die de banken aanhouden, waardoor er meer gespaard wordt, of door via openmarktoperaties overheidspapier te verkopen, wat geld uit de omloop haalt en bedrijven verplicht om eigen obligaties aan een hogere rente te verkopen, aangezien het aanbod aan papier is toegenomen.

dinsdag 12 februari 2019

Tegen beter weten in

Na de spijbelaars, de stakers. Het politiek debat in België verplaatst zich woensdag weer naar de straat, en ondanks de lichte frictie die zoiets veroorzaakt, is er geen sprake van een crisis. Want hoewel we jaar na jaar qua stakingsdagen en protestmarsen andere Europese lidstaten het nakijken geven, leidt dit niet tot de chaos die bijvoorbeeld Frankrijk teistert, of de sociale verdeeldheid in de rest van Europa die de Europese Unie bedreigt. Onze protesten zijn namelijk niet revolutionair, maar moeten gezien worden als een drukkingsmiddel dat deel uitmaakt van democratische besluitvorming. Terwijl president Macron met town hall-meetings het sociaal overleg persoonlijk probeert over te nemen, hebben wij in België het kader en de traditie om dit op een georganiseerde manier te laten verlopen. Geen gele hesjes, maar groene, rode, en blauwe. Het twistpunt nu is in de eerste plaats het interprofessioneel overleg dat sinds de vernieuwde loonnorm sterk aan banden gelegd is: door een veiligheidsmarge van minstens 0.5% in acht te nemen en de lonen te koppelen aan de evoluties in Frankrijk, Nederland, en Duitsland, is de vooropgestelde maximale loonstijging 0.8% voor de komende twee jaar. De wet laat niets anders toe.

In het IPSWICH-project[i] in het kader van het Belspo-BRAIN onderzoeksprogramma bestudeerden we de problematiek van werkende armen met een institutionele bril op, en daarin komt de collectieve loonvorming centraal te staan. Johan Albrecht en Bruno Merlevede legden in De Standaard van 2 februari al de link tussen de opkomst van de werkende armen en de onlusten in Frankrijk, die een kostenplaatje van ettelijke miljarden en meerdere slachtoffers met zich meebrachten. Aangezien het loon van een Franse werknemer die meer dan het minimumloon verdient niet automatisch geïndexeerd wordt, ziet deze bij elke prijsstijging de armoedegrens naderen en dit voedt het ongenoegen. Omdat het sociaal overleg in België veel verder staat, zijn de lonen welvaartsvast en is het aandeel werkende armen al twintig jaar onveranderd bij de laagste van Europa. De loonnorm van 1996 was bedoeld als een manier om die ondergrens te vrijwaren, maar tegelijk een ontsporing van de loonkosten te voorkomen. Vanaf 2009 heeft men met crisismaatregelen de marge echter sterk gereduceerd, met daarbovenop het bevriezen van de index in 2015, en sinds 2017 is de loonmatiging wettelijk verankerd. Ons onderzoek heeft aangetoond dat daardoor de loonverdeling onaangeroerd is gebleven: ook sectoren met minder groeimarge gingen immers de loonnorm vooropstellen. Als de vraag naar deze producten en diensten niet erg prijsgevoelig is, hoeft dat geen probleem te zijn.

Toch is de krappe loonnorm een onnatuurlijk gegeven: enerzijds worden de sectoren en bedrijven in slaap gewiegd of gaat men op allerhande manieren proberen de loonnorm te omzeilen, wat tot niet-geobserveerde ongelijkheid leidt, en anderzijds kan je geen stabiel loonaandeel in het BBP bekomen wanneer de groei van lonen geplafonneerd is maar de groei van kapitaalopbrengsten niet. Dat is geen duurzaam scenario dat men op Europees niveau kan veralgemenen zonder opnieuw op een crisis af te stevenen.[ii] Een minimale marge om economische groei om te zetten in brutoloonstijgingen en niet in cheques, auto's, aanvullende pensioenen of winstdeelnames, zou het sociaal overleg activeren en efficiënter maken, en het laat zelfs een verlaging van de belastingsvoeten toe. Binnen het keurslijf van de huidige loonnorm is zo'n vereenvoudiging evenwel onmogelijk. Meer principieel kan men zich afvragen of het niet in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel om de loonvorming quasi volledig aan de overheid over te laten, met één vaste norm voor de hele economie, die enkel gericht is op kostencompetitie. De loonnorm is vaak geïnterpreteerd als ruggensteun voor de werkgeverszijde, maar geldt dit nog met de huidige arbeidsmarktkrapte, en wat als er geen akkoord komt? De sociale partners hebben er dus beide belang bij hun onafhankelijkheid terug te winnen. Alvast de vakbonden laten straks van zich horen, in navolging van de scholieren, tegen het beter weten in.

[i]Ipswich-project gefinancierd door Belspo-BRAIN (2018): 'Werkende armen en veranderingen in werk, inkomen, en de gezinssamenstelling'
http://www.belspo.be/belspo/brain-be/themes_4_Strategic_nl.stm#IPSWICH https://hiva.kuleuven.be/sites/ipswich

[ii]CAWIE III 'Inclusive Growth in Europe after Austerity' (2018), gefinancierd door de Europese Commissie https://hiva.kuleuven.be/sites/cawie3

vrijdag 1 februari 2019

Billionaires

It seems that in the world today, the 1% are escaping their responsibilities. They cannot get away with only philanthropy – billionaires should pay "a fair share" of taxes, which means higher marginal taxes on wealth. At the Davos summit, Rutger Bregman referred to the 91% income tax under Eisenhower.

Others will counter that the Laffer curve needs to be taken into account: at some marginal tax level, tax avoidance will become an issue. Sure, but we also got technology to counter this issue that Laffer didn't have at his disposal.

So naturally I'm in favour of taxation, for the simple reason that income inequality should be limited in order to maintain social equality and an inclusive economy to which each can contribute and in which each can consume. This is even a condition for growth.

Yet I don't agree with the 1% rhetoric. Instead, I believe that as organizations, enterprises, and people acquire wealth over certain thresholds, their influence expands for good reasons. The market is also some form of democracy, and as with other forms, like the electoral meritocracy, it has its pitfalls. However, with great power comes great responsibility. The accountability of the rich should go beyond paying taxes. They have an exemplary function and should contribute to society in a positive way, and this is a matter of morals but also of monitoring. The 1% should work together with the state to provide for the 99%.

Then I don't see a clear distinction between a national bank that takes money out of the economy to increase interest rates, and a single person or organisation that does the same. Then I don't see a difference between schooling projects funded by a government agency, or by a committee nominated by the 1%. Of course, it is not just that a very small number of people are a millionfold better off than a very large number of people, and when I say that they should provide for them, I mean that they should. In the same way, the people can accept or overthrow a king. The 1% should deliver or go down. What you pay to them is just an additional tax, and you should expect value for money, just as you expect from the State.

The real issue is uncontrollable wealth that distorts social life: an elite of 10% to 20% that enjoys the pleasures of this world based on exploitation of the ones below. They should be taxed more, because we expect the morals, but less the actions that we expect from the 1%. Let's call this group the 19%, and let them not believe they are the 1% in the making. They will never be if they don't occupy a natural monopolist position, as Google, Facebook, Microsoft in the digital world do, and a limited number of car manufacturers and petrochemical companies in the manufacturing and utility sector. The latter are identifiable, the former are anonymous but perhaps more pretentious. We can just take the yacht.