maandag 17 mei 2010

Gemiddeldes over landen heen

Waar ik voortdurend mee sukkel is met het berekenen van gemiddeldes over landen heen. Daarom deze twee regels:

  1. Het gemiddelde van de sommen = de som van de gemiddelden
  2. Het gemiddelde van de ratios < > de ratio van de gemiddelden
Dat tweede is verwarrend, omdat het in veel gevallen wél opgaat. Met randomgetallen is het echter meteen duidelijk.

woensdag 5 mei 2010

Gretl

http://gretl.sourceforge.net/

GRETL is een open source programma voor regressies, tijdsreeksanalyse en andere econometrische statistiek. Ik heb het gebruikt voor kwantielregressie. Best een knap programma, maar in de vorige versie zaten toch nog wat haperingen.

donderdag 22 april 2010

Werkbaarheidsmonitor SERV

www.serv.be/werkbaarwerk
Zeer aangename lectuur, eenvoudige tabellen met een analyse van de kwaliteit van arbeid voor geselecteerde profielen, opgesteld door de SERV. Knap werk!

dinsdag 16 februari 2010

De Guy-Goos these

We vinden een effect van opleidingsniveau op de loondrift in interactie met de conjunctuur. dat negatief is in hoogconjunctuur en positief onder laagconjunctuur.

Volgens Guy moet de verklaring niet bij de hooggeschoolden gezocht worden. Die boeren altijd goed, en dit effect zou niet verschillen naargelang de conjunctuur. De verklaring zit bij de laaggeschoolden. In een hoogconjunctuur komen de bonden sneller tot een goed akkoord, met extra premies e.d. In dat geval is er bovenop het salaris een extra looncomponent die uitgebreid is voor laaggeschoolden, terwijl voor hooggeschoolden weinig verandert. Een stijging van het opleidingsniveau betekent dan een daling van het aantal laaggeschoolden en het wegnemen van een drijfkracht achter de loondrift.

Misschien ...

vrijdag 5 februari 2010

Backward sloping supply curve

Op een bepaald niveau zal een hoger loon de tewerkstelling verkleinen, namelijk wanneer het substitutie-effect kleiner is dan het inkomenseffect. We zien dit aan de supply-curve (als het arbeidsaanbod al niet geheel inelastisch is).

Substitutie-effect: vrije tijd wordt ingeruild voor arbeid, omdat dit het nodige geld opbrengt.
Inkomenseffect: het inkomen is hoog genoeg om met minder arbeid het gewenste nut te bereiken, men zal minder werken bij een loonsverhoging van zodra dit nutsniveau bereikt is

dinsdag 26 januari 2010

Het Marshallcriterium en lineaire functies

Beste vrienden van de eenvoudige mathematica,

Vandaag leg ik u uit hoe je op het zicht een puntelasticiteit kunt vaststellen. De afleiding bespaar ik u, daarvoor zoek je wat achtergrond bij het Marshallcriterium. Het is niet moeilijk en ook niet belangrijk.

De elasticiteit van een functie valt grafisch af te lezen op de raaklijn aan die functie als de verhouding tussen de afstand tot de Y-as en tot de X-as. Of je dus met een lineaire, concave of convexe functie te maken hebt doet er niet toe. Of de functie daalt of stijgt is echter wel van belang. De nuttigste eigenschap is echter dat deze raaklijn als een rotatie van de Y-as kan gezien worden waarbij de verhoudingen bewaard blijven. Met andere woorden: door een projectie van het punt op de Y-as wordt deze in twee delen verdeeld, waarvan de verhouding je de puntelasticiteit geeft.

Er moeten dus twee punten op de Y-as geplaatst worden
  • A. snijpunt met de Y-as
  • B. projectie van het punt op de Y-as, evenwijdig met de X-as
Deze kunnen op twee verschillende manieren ten opzichte van elkaar gesitueerd zijn
  • Bij een dalende functie in het eerste kwadrant is A >B
  • Bij een stijgende functie in het eerste kwadrant is B > A
Hieronder een grafiek die dit een beetje illustreert. De punten A en B komen niet voor omdat deze, zoals gezegd, verschillen tussen de dalende functie (blauw) en de stijgende (groen). De blauwe stippellijn toont aan dat de loodlijn H op de Y-as, elke lijn uit het maximum op de Y-as in tweeën deelt.

woensdag 20 januari 2010

Geboorte van een beroep

Bij de creatie van nieuwe jobs vindt er op organisationeel niveau een vertaling plaats van de macrofactoren die de beroepenstructuur wijzigen.

Vb. macro: ontwikkeling internet door Amerikaanse defensie
  • organisatie (klassieke waardenketen)
    • R&D: evoluties zoals open sourcing van codes (vooral R&D binnen IT sector), samenwerken met onbekenden, incorporatie nieuwe technologie (vb. IP-telefonie, domotica)
    • IT: breidt uit, maar ook: concentratie/specialisatie in IT sector
    • administratie: versnelt, wordt efficiënter en slanker
    • core production: telewerk, mits aanpassing takenpakket
    • marketing: websites vormen een deel van de marketingmix, eerst als taak, dan als specialisatie, dan als nieuw beroep en ten slotte als een (sub)sector
    • customer service: klanten worden zelf ingeschakeld (FAQ, ...), maintenance wordt belangrijker dan service zelf